Taalblunders over de grens (NL)

Iedereen begaat wel eens een taalblunder. Niets menselijks is ons immers vreemd. En schrijven in een vreemde taal is nu eenmaal moeilijk. In het buitenland bewondert men de talenkennis van de Nederlander. Recent Europees onderzoek binnen de EU-lidstaten geeft voor Nederland de volgende talenkennispercentages: Engels 87%, Duits 70% en Frans 29%. Alleen de Luxemburgers scoren hoger. Maar ondanks deze mooie statistieken, wil je in je eigen zakelijke correspondentie als het even kan 100% foutloos overkomen. Buiten de ‘standaard’ lexicale en grammaticale fouten (die je nog kent uit je schooltijd, steevast aangegeven met onvriendelijke felrode strepen) wil ik je in dit artikel wijzen op drie minder bekende  taalfouten: eigenaardige eigennamen, steenkolenvertalingen en absurde spellingcontroles. Wat deze drie taalblunders gemeen hebben, is dat ze onbedoeld grappig  zijn. Hier volgt een kleine bloemlezing.

Eigenaardige eigennamen

Een van de grappigste taalblunders vind ik de eigennamen of merknamen die in een andere taal apart of zelfs ongepast kunnen overkomen. Wat denk je van de volgende reeks: Homo milk uit Canada, Homo sausage uit Japan, a-la-teef uit Dubai, SuperPiss uit Finland, Fücker uit Duitsland, Pee Cola uit Ghana, Mr. Piss uit Indonesië of het drankje CoolPis uit Zuid-Korea. Je ziet dat dit een tamelijk rampzalige eerste indruk oplevert, en daar is er tenslotte maar één van.

Nu zal de 87% van de Nederlanders (want immers bekend met het Engels) iets dergelijks niet zo snel overkomen. Dat neemt niet weg dat er nog zoveel andere talen zijn om taalblunders in te maken. Zo is er in Libanon een maltbiermerk dat ‘Brood’ heet en staat mijn Rabobank creditcard in Spaanstalige landen, altijd garant voor een brede glimlach. Het woord ‘rabo’ betekent namelijk zoveel als mannelijk geslachtsdeel. Ach ja, zolang je er maar mee kunt betalen, nietwaar? Maar is het niet beter om even een kleine controleslag uit te voeren, in de doeltaal van het land waar je contacten mee hebt? Met alle internetwoordenboeken die beschikbaar zijn,niet eens zo’n enorme opgave. En in alle andere gevallen: schakel een professionele taalhulp in.

Steenkolenblunders

Steenkolenvertalingen slaan op het gebruik van bijvoorbeeld ‘Nederengels’ of ‘Dunglish’, een samentrekking van Dutch-English. We vertalen dan typisch Nederlandse zinsneden woord voor woord, letterlijk, in de doeltaal. Het probleem is dat bepaalde uitdrukkingen zo taaleigen zijn, dat je ze niet één op één kan vertalen.

Voormalig Heinekenmanager Rijkens heeft daar twee aardige boekjes over geschreven. Hier volgt een kleine anthologie uit uitspraken van vooraanstaande volksvertegenwoordigers:

  1. Go your gang,
  2. There is only one but (zitvlak),
  3. You have fallen with your nose in the butter,
  4. I thank you from the bottom of my heart and also from my wife’s bottom, (bottom = zitvlak)
  5. I’m sitting in the second chamber and I’m having my first period, (geen uitleg nodig)
  6. We are a nation of undertakers (= begrafenisondernemers, in plaats van het algemeen bedoelde ‘ondernemers’).

Niets is gezonder dan het hartelijk lachen om de fouten van anderen, en het is nog leerzaam ook…

Spellingcontrole

Hoe handig spellingcontroles ook lijken, soms zijn ze werkelijk oliedom. In het voorbeeld hieronder beperk ik me weer tot het Engelse taalgebied. Wat dacht je van het volgende gedichtje?

  • Finally eye used the English spelling chequer on my pea see,
  • This marked four my revue, the miss steaks I could knot sea,
  • So when my chequer tolled me; eye quickly stroke the quay.

Het probleem is dat de woordklank ons verwart. In de taalkunde noem je dat een ‘homofoon’, en dat klinkt weer als Canadees-Japanse spijs. Maar behalve spellingcontroles is er nog een ander punt, namelijk dat we vaak Brits en Amerikaans Engels zonder enige terughoudendheid vermengen. Wij zitten daar verder niet mee, maar wat vindt je gesprekspartner daarvan? En wat doet dat met de hierboven al aangehaalde eerste indruk? Precies, niet al te best: ‘Zij die verzaken zich voor te bereiden, bereiden zich voor om te verzaken’.

Afsluitend kunnen we constateren dat het corresponderen en spreken in een andere taal een aantal grappige, onverwachte problemen met zich mee brengt. Hierbij heb ik me ditmaal beperkt tot de amusante voorbeelden, maar helaas is de communicatie tijdens je werk complexer. Lastig onderdeel kunnen bijvoorbeeld buitenlandse achternamen zijn. Meer daarover lees je in de volgende editorial.